Bamboebos, gedicht van Lulu Wang

Toen ik jou voor het eerst zag

Kreeg mijn dam een mokerslag

Een stortvloed van hartstocht

Maakte een grandioze intocht

En spoelde verstandssluis omver

Alles lag blank tot aan de Poolster.

Je nam mij mee naar een dicht bamboebos

Wij wandelden op het smaragdgroene mos

Je leerde mij luisteren naar roodborstjesgezang

En praatte over verstandhouding breed en lang

En hoe die te bevorderen en diens cruciale belang.

Ik vroeg je wat verstandhouding precies inhield

Je trok je overjas uit en spreidde hem geknield

Uit op de verende grond vol bamboebladeren

Ik nam erop plaats en voelde je hitte naderen.

Gauw schoof ik opzij en vond het ietwat merkwaardig

Je hebt niet gesprint maar je piepte hoog en eigenaardig

Van waar je plotse zuurstoftekort en hijgende ademnood?

Je zuchtte en zei dat ik aan het liefdesbesef tekortschoot.

Ik liet mijn hoofd hangen en vond het erg

En vroeg de zon en de maan en de berg

Mijn getuigen te zijn want zij zagen al te goed

Hoe ik van je hield met mijn hart ziel en bloed.

Je universiteit lag drie keer overstappen van de mijne

Wij konden elkaar slechts aantreffen op de marktpleinen

Vlakbij onze wijk als wij ’s weekends naar huis gingen

Na het bamboebos zat je niet zo branderig te springen

Om mij weer te zien en je had geen tijd als ik aandrong

Tot op een dag ik hoorde dat men je tot kalmte dwong.

Jij en je vriendin hadden een druk leven ’s nachts op de campus

Overdag tijdens de colleges lagen jullie beiden op de pampus

Toen de leraar jullie aansprak noemde je hem grote bemoeial

Jullie kregen aardig wat reprimande van de directie en al

Je sloeg uit protest erop los en kreeg straf zoals meestal.

Ondanks dit bericht hield mijn liefde voor jou stand

Ik handelde halsstarrig tegen het gezond verstand

En sloeg aanzoeken van leuke medestudenten af

En hoopte dat je ooit weer aandacht aan mij gaf.

Jaren later snapte ik pas wat je met ‘liefdesbesef’ bedoelde

Je had destijds gelijk dat ik niet wist waarop je nou doelde

Maar de stortvloed gevoelens gespaard vanaf mijn prille jaren

Tot op de dag dat ik je voor het eerst zag was reeds gaan bedaren

Geen sluis meer nodig om mijn hartstocht binnendijks te bewaren.

Wat je wilde was met mij de liefde bedrijven

Ik wilde alleen maar in onze liefde beklijven

Je kon niet wachten totdat ik rijper en wijzer werd

Ik hield de maat niet bij van je amoureuze concert.

Na mijn studie in China ging ik naar Nederland

Jaren later kreeg ik via via je nummer in de hand

Ik moest toch mijn ouders opzoeken in Beijing

En sprak met je in een café af en ik verging

Van de zenuwen en wederom dwaze opwinding.

Je verscheen niet met je eigen vrouw

Maar met een meisje nog niet een vrouw

Ik lachte en keek er allesbehalve van op

Het was een rage geworden om de hort op

Te gaan anders telde een man niet echt mee.

Ineens merkte ik dat het meisje op mij leek

Eveneens als een vogeltje zo vive en vrolijk

Ook met een diep kuiltje op haar linkerwang

Mijn jaren verdriet vloog naar niemandsland.

Opeens vielen de stukjes op hun plaats

Je trouw was niet zogezegd ondermaats

Noch wisselde je van liefjes met regelmaat

Ze waren allen van dezelfde soort en maat

Je hield weldegelijk aardig van ons allemaal

Niet als specifieke personen maar integraal

Als uiting van hetzelfde concept menig maal.

Gedicht, Lulu Wang


Koop Levenlangverliefd, gedichtbundel of andere boeken van Lulu Wang