Maan en ik, gedicht Lulu Wang


Ik weet dat de maan schijnt op ons allen
Toch voel ik dat hij ’t doet voor mij alleen
Ik weet dat de sterren de maan omringen
Toch voel ik dat ze enkel voor mij glimmen

Op de majestueuze kroon van de hele dag
Prijkt de nacht als ’n kobaltblauw smaragd
Onder de treurwilg en diens bladerenpracht
Vertel ik de maan hetgeen ik elders niet mag

Geen ene minuut vind ik het jammer
Dat de luisterende maan zwijgt immer
Zoals geen ander versta ik zijn gemijmer
Woorden lijken overbodig zoals nimmer

De maan spreekt mij zelden tegen
Ik praat vanzelf na wikken en wegen
De maan is tot al wat ik wens genegen
Toch bedenk ik alles een keer of negen

Van zonsopgang tot maneschijn
Van druk bezig tot rust aan toe zijn
Of de maan vol is of dun als een lijn
Bij zijn komst snelt m’n hart als ’n trein

De maan wast en neemt weer af voor mij
Ik wacht ’s avonds onder de wilg op hem
Niets zit tussen ons tweeën in behalve zij
Die twinkelen daarboven voor hem en mij

De sterren bloeien aan de wilgentakken
Naar maneschijn zal ik eeuwig snakken
Onder ’t wilgensilhouet op zilveren vlakken
Wil ik verdriet opnieuw in vreugde verpakken.

月诉

明知月亮照万家
总觉只为我闪光
明知众星在捧月
总觉只绕我闪耀

一天的皇冠中央
镶嵌着颗夜明珠
晚间那大槐树下
我口误遮掩之地

皓月等候于天边
盼宁心静气倾听
我倾诉喜怒哀乐
如黄河决口宣泄

丝毫不觉得惋惜
明月总一言不发
我们之间的默契
令千言万语凋谢

明月从不反驳之
却令我言必三思
清月从不予纠正
却使我抚躬自问

从日出盼到月升
从劳作撑到收工
无论月如钩抑或
月如盘我都心动

月为我不断盈缺
我为月恒守槐边
在我们二人世界
除星星心无旁骛

星光绽放在树梢
月光勾出槐风姿
星为我四季移动
我与星牵手捧月