Op hoop van zon, 6, Lulu Wang


Deur

Vanochtend deed ik de deur open en stapte nietsvermoedend naar buiten. Een windhoos duwde mij weer de kamer in en sloeg mijn gezicht met iets scherps. Gauw deed ik de deur dicht en schudde mijn hoofd. Drie droge bladeren vielen van mijn haren op de vloer.

Voorzichtig raapte ik de bladeren op en legde ze naast elkaar op de tafel. Ik herkende ze wel. Ze kwamen bij mijn buren vandaan, die een flinke boom in hun tuin hadden. Elk najaar lag mijn tuin bruin van zijn grote, glansrijke eikels. Ik had wel eens een ervan geproefd. Wrang was die! Jammer van hun smakelijke uiterlijk.

Een van de bladeren leek op een kano, met twee krullende randen en ertussen een kuil. Het tweede was een blauwe maandag kano, waarvan één rand hoger krulde dan de andere. Als een roeier erin zou zitten, zou het bootje kapseizen. Het derde was net een bladvormig dienblad, niet zo plat als een dubbeltje maar veel scheelde het niet. De kleur van de drie varieerde van nootbruin tot taupe. Wat de drie onderscheidde was echter het aantal barstjes dat ze vertoonden. Het eerste blad was een en al craquelé. Het tweede telde twee scheurtjes langs de hoofdader. Het derde was praktisch gaaf.

Vaas

Als er iets te vieren valt, zet ik, anders dan velen, eerder een boomtakje dan een bloemetje in een vaas. Daarom ben ik vertrouwd met de vorm, kleur en textuur van groene bladeren. Hoewel ze er niet exact hetzelfde uitzien, kan ik er zonder vergrootglas weinig van merken.

Invloed

Ik hield de drie dorre bladeren in mijn hand en verwonderde me. Ze stamden af van dezelfde boom, oogden haast eender uit als toen ze nog jong waren en ze leefden onder dezelfde weersomstandigheden. Wat was er gebeurd dat een wereld van verschil tussen de drie had gemaakt? Onder andere door de manier waarop ze op dezelfde situatie inspeelden, was mijn vermoeden. Het ene blad kromde zijn rug als de zon er fel op scheen of als de rijp hem omhulde, het tweede draaide zich voor de zon en de rijp half om, terwijl het derde geen krimp gaf, zon en rijp ten spijt. Zodoende probeerden ze hun verblijf op de boom te veraangenamen dan wel te verlengen. Het waren deze keuzes die hun verschijning aan het einde van de rit mede hadden bepaald.

Waar de bladeren ook voor hadden gekozen, er veranderde helaas niets aan hun sterfelijkheid, evenmin het moment van hun heengaan. Een poosje wervelwind was reeds genoeg om in een mum van tijd een hele boom kaal te plukken en om alle bladeren, hoe ze ook op de zon of de rijp hadden gereageerd, naar de grond te slingeren. De pogingen van de bladeren om beter of langer te leven waren futiel binnen het epicentrum van de natuur. Waarom zouden ze zich nog afvragen hoe ze moesten omgaan met de zon alsmede de rijp?

Toch deden ze het, die vraag stellen. Al hadden de bladeren geen invloed op hun vergankelijkheid, ze konden tenminste werken aan hoe ze hun einde tegemoet zouden gaan. Als een uitgebalanceerde kano, een stoutmoedig blauwe maandag bootje of als een bladvormig dienblad. Ze waren geboren als haast identieke groene blaadjes, maar dankzij de keuzes die ze tijdens en na hun verblijf op de boom hadden konden ze als unieke wezens afscheid van deze wereld nemen.

Wat anders kan ons verblijf hier op aarde de moeite waard maken dan onze verworven uniekheid?

Koop Nederwonderland of andere boeken van Lulu Wang >>> >>

Share on Facebook 0Share on Google+ 0Tweet about this on Twitter 0Share on LinkedIn