NieuwWij: Zelfkennis leidt tot zelfvertrouwen, interview over Nederwonderland, 29 april 2019

 

Bron >>> >>

 

 

Lulu Wang: ‘zelfkennis leidt tot zelfvertrouwen’

 

We werken, sporten, recreëren en leven samen met al onze verschillen. En dat levert nog weleens ongemak op. In de serie Ongemak onderzoekt verslaggever superdiversiteit Zoë Papaikonomou: hoe leren we ongemakkelijk te zijn met elkaar?

 

Dit keer: zelfkennis met schrijfster Lulu Wang

 

Een Chinese blik op Nederland. Dat is Nederwonderland, het laatstverschenen boek van schrijfster Lulu Wang. Op humoristische en lichtvoetige wijze trakteert ze haar lezer op ruim 30 jaar zorgvuldige observatie van de Nederlandse volksaard. De schrijfster, die in één klap beroemd werd met haar boek Het Lelietheater in 1997, duikt in het Nederlandse (zee)water, loopt langs de Nederlandse kust (een korte wandeling voor Chinese begrippen), ervaart het zeeklimaat, poldert en beschouwt de Nederlandse handelsgeest, het zuunige denken, de sociale zorgstaat en de kleine kamertjes van het Hollandse hokjesdenken. Langs deze lijnen brengt ze een kritische ode aan Nederland. Want, zo is haar vaste overtuiging, zelfkennis leidt tot zelfvertrouwen. En daarvoor heb je ook een spiegel nodig. En dat is soms ongemakkelijk. Een mooie basis voor een gesprek in de serie Ongemak.

 

Waarom bent u dit boek gaan schrijven?

 

‘Ik wilde mijn observaties van Nederland en Nederlanders op een rijtje zetten. Als je vreedzaam wilt samenleven dan moet je de ander proberen te begrijpen. Je kan dan niet steeds gevangen zitten in je eigen gedachtenpatroon. Je moet moeite doen. Ik heb er dertig jaar over gedaan om Nederland en Nederlanders te begrijpen en dit boek een samenvatting van mijn bevindingen.’

 

Is er genoeg kennis over en begrip voor elkaar in Nederland?

 

‘We vinden alles zo vanzelfsprekend. Dat is echt niet zo. Nederlanders zeggen: “ik heb trek, ik heb zin in stamppot.” Chinezen zeggen: “ik wil bami.” Het ene is niet goed of slecht, het is puur een reflex dat we van kinds af aan letterlijk met de paplepel ingegoten hebben gekregen.’

 

Toch ontstaat er vaak getouwtrek over wiens reflex beter is.

 

‘Dat gelijk willen hebben is gevaarlijk. Gewoonte is het centrale woord. Wij doen dingen waarbij we ons comfortabel voelen. De ene voelt zich veilig op een fiets, de ander in een auto. Zodra we daar waarde aan gaan toevoegen; dan begint het probleem.’

 

En juist dat waarde toevoegen doen mensen veel, zeker in het publieke debat dat vaak erg gepolariseerd is.

 

‘Voor een autochtone Nederlander is dit minder lastig, omdat we in Nederland wonen. Hij kan met de vinger wijzen en zeggen: “die stomme buitenlanders hebben het gedaan.” Voor mij is er geen ontkomen aan om mij aan te passen. Ik moet veel meer moeite doen om mijn eigen culturele patroon los te laten en een ander te begrijpen. Een Nederlander zal in China in dezelfde positie zitten als ik hier.’

 

Maar wat is precies een Nederlander? In Nederland wonen veel Nederlanders die ook een niet-Nederlandse afkomst hebben. In de grote steden is dat de nieuwe norm.

 

‘Er zijn Nederlanders die voelen dat andere culturen een te grote stempel op hen drukken en andersom voelen bi-culturele Nederlanders dat ze niet genoeg ruimte krijgen. Dat is een getouwtrek. Mijn standpunt: het is een natuurwet, de sterkste overleeft. Zelfkennis leidt tot zelfvertrouwen. Ik heb dit boek geschreven voor Nederlanders. Zodat ze met de spiegel van een ander kunnen zien: wie zijn wij en waarom zijn wij zo? Ik vind dat elke cultuur trots op zichzelf mag zijn. Nationalisme is sinds WOII een scheldwoord geworden, dat is jammer. Waar het fout gaat is als er mensen zijn die zeggen dat hun cultuur fantastisch is en een andere cultuur daarom minder is. We zijn allemaal uniek, we zijn allemaal goed. We moeten elkaar respecteren.’

 

Maar een cultuur is ook flexibel. Een cultuur kan veranderen door allerlei invloeden. Is dat niet ook mooi?

 

‘Je kan alleen maar veranderen wanneer je stevig in je schoenen staat. Neem de krijgskunst Kungfu, daarvan is de eerste les: leer stilstaan. Van welke kant de klappen ook komen, blijf stilstaan, dan word je niet telkens meegesleept. Een cultuur kan zeker veranderen, maar je moet ook diep wortelen in je eigen cultuur. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Zeker voor Nederland niet. Nederland is altijd zo flexibel. Te flexibel soms. Waardoor de eigen cultuur over het hoofd wordt gezien.’

 

Toch is het onderdeel van de Nederlandse cultuur dat er altijd – en zeker ook nu – ook veel Nederlanders zijn, die verschillende culturen in zich dragen.

 

‘Mengeling van cultuur is inderdaad Nederland eigen. De Spaanse terreur in de 15e eeuw zorgde ervoor dat er calvinisten uit België naar Amsterdam trokken. Dat was een grote volksverhuizing. Sindsdien heeft Nederland veel nieuwkomers verwelkomt. Zij hebben Nederland ook verrijkt, geestelijk en cultureel. Dat is goed. Maar een olifant is anders dan een luipaard. Nederland heeft alsnog zijn eigen karaktereigenschappen. En die moet je behouden. Want dat maakt Nederland Nederland.’

 

Uw boek is vorig jaar uitgekomen. Hoe is uw spiegel voor Nederland door Nederlanders ontvangen?

 

‘Ik moet eerlijk zeggen dat dit boek niet zoveel reacties heeft uitgelokt. De reacties die ik kreeg, waren positief. Mensen herkenden zich erin. Ze vonden het interessant om te lezen hoe iemand uit een andere cultuur naar Nederland kijkt.’

 

Is de Nederlander goed in staat tot zelfreflectie?

 

‘Dat heeft niks met Nederlanders te maken. We zijn allemaal allereerst mens. Niemand vindt het leuk om opmerkingen te krijgen. Chinezen zijn misschien nog wel erger. Als je iets zegt over China gaan ze meteen op hun achterpoten staan. Nederland is toleranter ten opzichte van andere stemmen.

Ik ben wel voorzichtig geweest bij het schrijven van dit boek. Ik schrijf over een nationale identiteit die niet de mijne is. Het heeft niks met vrijheid van meningsuiting te maken dat ik voorzichtig ben, maar met respect voor andermans gevoelens. Wat ik als auteur kan doen is mensen een spiegel voorhouden. Zij kunnen vervolgens zelf oordelen of ze iets willen veranderen of niet.’

 

U houdt Nederland op een respectvolle manier een spiegel voor. U benadrukt dat u dit doet vanuit een Chinees perspectief. Er zijn ook bi-culturele Nederlanders die Nederland een spiegel voorhouden, maar dat doen vanuit hun Nederlanderschap. Hun spiegel wordt vaak pijnlijker gevonden.

 

‘Niet alleen jouw geboorteplaats bepaalt tot welke cultuur je behoort. Er is een verschil tussen een Nederlander die al 500 jaar vooroudergeschiedenis heeft in Nederland en iemand die als 1e generatie hier geboren is. Dat is toch anders. Natuurlijk niet wettelijk, maar wel cultureel. Rechten en plichten houden verband met elkaar. Het is toch anders als jouw voorouders al honderden jaren hebben bijgedragen aan Nederland. Dus instinctief maken mensen dan onderscheid tussen Nederlanders en nieuwe Nederlanders. Dat is begrijpelijk. Of het goed is, dat is een tweede. Ik vind het belangrijk dat we niet alleen moeten hameren op onze rechten als buitenlanders of nieuwe Nederlanders, maar dat we ook rekening houden met de plichten die verband houden met deze rechten. Wat dat betreft ben ik iemand die altijd een stap terugdoet, die niet aan de frontlinie staat om te zeggen: “dat is goed, dat is slecht.” Dat heeft misschien ook te maken met mijn leeftijd. Ik heb door de jaren heen, met alle ervaringen die ik heb opgedaan, meer begrip gekregen voor de stand van zaken. Ik heb daardoor meer vrede in mijn hart, waardoor ik harmonieus kan leven met wie dan ook. En dat is ook de toon van mijn boek. Vroeger was ik activistischer, maar door de jaren heen merkte ik dat dat niks oploste. Het is geven en nemen. Niet alleen het één of het ander. Er is een precaire balans tussen die twee. En die balans moeten we elke dag opmaken.’

 

Uw boek leest als een kritische ode aan Nederland. U heeft oog voor allerlei verschillende kenmerken van Nederland. Van het sociale zekerheidstelsel tot het hokjesdenken.

 

‘Ik heb geprobeerd begripvol te zijn. Begrip betekent niet goedkeuren. Ik heb geprobeerd Nederland te beschrijven, maar het is niet aan mij om te bepalen of dat goed is of niet. Ik houd een spiegel voor en dan mag je zelf bepalen of je daar iets mee doet.’

 

Het Nederlandse hokjesdenken koppelt u in uw boek aan de polder. U beschrijft: ‘Om hun aan polders gebonden vrij- en zelfstandigheid te bewaken en voor zichzelf op te komen, moeten Nederlanders belangengroepen oftewel blokken vormen. In blokken denken en handelen – hokjesdenken – helpt hen om dingen binnen hun gemeenschap voor elkaar te krijgen. Nederlanders plaatsen elkaar ook wel eens in hokjes. Zo houden ze er kant-en-klare meningen over elkaar op na. Maar dit nadeel van hokjesdenken weegt mijns inziens niet op tegen bovengenoemde voordelen.’ Is Nederland bij uitstek een hokjesland?

 

‘In hokjes denken doen we allemaal. Wij groeperen, wij maken categorieën. Een vos is een katachtige bijvoorbeeld. Een vleermuis is een muisachtige. Wetenschap is ook gebaseerd op onderverdelen. Hokjesdenken zit overal in verweven. In China ook. Maar de Nederlandse hokjes zijn wat kleiner. Want Nederland is klein. Zo hebben bijvoorbeeld Amsterdammers en Rotterdammers allerlei vooroordelen over elkaar. Amsterdam heeft nog geen miljoen inwoners. Terwijl hokjesdenken in China, denk aan Beijing – daar wonen 22 miljoen mensen -, over veel grotere hokjes gaat. China heeft hokdenken, Nederland hokjesdenken. Dat maakt Nederland speciaal. Nederland is een sociaal land en een klein land, waardoor het makkelijker wordt rekening te houden met elkaar. Terwijl als je hok groot is dan heb je niet genoeg middelen om voor iedereen te zorgen. Dus het sociale zekerheidsstelstel dat Nederland heeft dat kan alleen in kleine landen. Probeer dat maar eens in China voor elkaar te krijgen of Amerika. Dat kan niet.

De kleinere hokjes in Nederland hebben aan de andere kant tot gevolg dat je elkaar meer de maat kan nemen. ‘Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ kan je in Nederland makkelijker tegen je buurman zeggen, want hij woont naast je. Maar op veel plekken in China of Amerika woont je buurman kilometers verderop. En daar komt ook de wens uit voort dat iedereen precies hetzelfde moet zijn. Je hebt meer zicht op elkaar.’

 

Wat is er volgens u voor nodig om ongemakkelijk te kunnen zijn met elkaar?

 

‘In het theehuis in mijn tuin organiseer ik ontmoetingen tussen Oost en West. Onlangs spraken we tijdens zo’n ontmoeting over vertrouwen. Dat is het eieren eten. Hoe kunnen mensen uit verschillende culturen elkaar vertrouwen? Dat is heel moeilijk, want het zit biologisch in onze natuur om vreemden niet te vertrouwen. Als je iemand niet kent dan vertrouw je hem niet snel.

Maar kijk ook naar jezelf. Hoe we ons voelen bepaalt mede onze blik op de wereld. Wij moeten met onszelf door een deur kunnen. Wat we zien bij de ander is vaak onze eigen spiegel.’

Informatie boek:

Lulu Wang, Nederwonderland, Uitgeverij L.Wang 2018, ISBN: 9789082426328

https://www.nieuwwij.nl/interview/lulu-wang-zelfkennis-leidt-tot-zelfvertrouwen/

 

 

 

Koop Nederwonderland of andere boeken van Lulu Wang >>> >>

Hoe noemt de Chinese man zijn vrouw? – In de ogen van Yi Jing, 4, Lulu Wang

Lulu met een lezer van haar boeken

 

Namen

 

China kende veel benamingen voor ‘echtgenote’. ‘De thuisblijver’, bijvoorbeeld. Vroeger bewogen vrouwen zich bijna strikt binnenshuis en lieten zich haast onder geen beding door vreemde mannen zien. ’Mijn liefje’ is een ander voorbeeld. Sinds het verbannen van het gearrangeerd huwelijk in de jaren dertig van de vorige eeuw, trouwden hoe langer hoe meer mensen uit liefde. Vandaar die term.

 

China kende ook veel benamingen voor ‘echtgenoot’. Zhangguide (De man achter de toonbank), bijvoorbeeld. Vroeger runde voornamelijk de man het familiebedrijf of de winkel. Guanren (De ambtenaar) is een ander voorbeeld. Vroeger konden alleen mannen bij de overheid werken. Ai Qiandaode (Hij die met duizend messteken gelyncht moet worden), is er ook een van. Waarschijnlijk omdat de vrouw vroeger onmogelijk kon ontsnappen aan het juk van de mannenheerschappij. Het enige wat ze kon doen was haar man halfplagend en halfschertsend aan te spreken.  

 

Taitai

 

 

 

Hoewel verschillende tijdperken verschillende benamingen met zich meebrachten, er was één term voor ‘echtgenoot’ die als een rots in de branding overeind bleef (en blijft): Taitai. ‘Tai’ betekent ‘extreem’. Dit is ook af te lezen aan diens pictogram 太. Het karakter bestaat uit het radicaal 大  (groot) en het radicaal 、(klein). Met andere woorden, de Chinese man noemt zijn vrouw ‘De grootste en de de kleinste in huis’. Hij kan wel eens gelijk hebben.

De vrouw kan zich prima wegcijferen door dag en nacht voor haar man en kinderen klaar te staan, maar ze kan, indien nodig, ook op de voorgrond treden. Men denke aan Jeanne D’Arc in Frankrijk, Mulan in China en nog meer van hun geestverwanten. Met haar hoge pijngrens kan de vrouw onder behoorlijke druk en stress functioneren, multitasken zelfs. Ze kan met de ene hand een krijsende baby vasthouden, met de andere hand vlammen uit de pan blussen en onderwijl de advocaat bellen om een deurwaarder weg te bonjouren. Ze kan gillen als een muisje voorbij snelt, maar ze kan ook het roer overnemen als haar man in crisistijd met de handen in het haar zit.

 

De vrouw kon vroeger geen staatshoofd worden, maar ze kon een jongetje baren en hem zodanig opvoeden dat hij later het land bestuurde. Ze kon vroeger niet deelnemen aan het politiek debat, maar ze kon de koers van een land bepalen door het staatshoofd om haar vinger te winden. Cleopatra in Egypte, Cixi in China en nog veel meer.

 

Xiansheng

 

 

De Chinese man wist nooit wanneer zijn vrouw klein werd en wanneer groot. Daarom bleef hij altijd bij de les en koesterde ontzag voor haar. Volgens Yi Jing is klein Yin en groot Yang. De kleine en grote echtgenote is dus Yin en Yang in evenwicht. Wie zegt dat de Chinese man van vroeger zijn vrouw onderdrukte? Misschien met zijn mond en hand, maar niet met zijn hoofd en hart. Diep in zijn hart bewonderde en misschien zelfs beneed hij haar aangeboren vermogen om traploos te schakelen tussen de twee uitersten. Dit blijkt uit de manier waarop hij haar noemt. Taitai. De extreme.

 

Zonder Yang kan Yin niet bestaan. Hoe zelfredzaam een vrouw ook is, als het even meezit, lijkt de meeste vrouwen het toch gezelliger om een man in hun leven toe te laten. Zo geldt sinds de jaren twintig van de vorige eeuw als de meeste populaire Chinese benaming voor ‘echtgenoot’ Xiansheng (de eerstgeborene ofwel de leraar). Waarschijnlijk omdat de man veelal ouder is dan zijn vrouw en omdat de vrouw vindt dat ze heel wat van hem te leren heeft. Hieraan merken wij het respect van de vrouw voor haar man. Alleen als hij herhaaldelijk over haar respect heen walst, noemt ze hem Ai Qiandaode (Hij die met duizend messteken gelyncht moet worden). Erg grof, maar haar man neemt de term met een korrel zout. Want als ze hem echt niet meer ziet zitten, zwijgt ze en negeert ze hem. Dan is er letterlijk en figuurlijk geen woord meer voor.

 

Aanpassen

 

 

Alles goed en wel, kijkt de Chinese man werkelijk op een unieke wijze naar zijn vrouw? Niet echt. Immers, in het Nederlands is er een gezegde, Ik ben de baas in huis, wat mijn vrouw zegt gebeurt.  Ik vermoed dat waar dan ook  ter wereld  de echtgenote iets weg heeft van een kameleon. Ze past zich aan haar omgeving aan en wordt klein als haar man groot en sterk is. Ze wordt groot en sterk als haar man in de put zit of afwezig is. Ze laat haar man zich groot voelen zodat ze klein kan blijven en zich niet hoeft te bekommeren om gewichtige zaken. Shakespeare zei, De vrouw, je naam is zwakheid. Hij is vergeten eraan toe te voegen, De vrouw, je naam is tevens sterkte.