汉字里的幸福密码, 汉字系列1, 中荷双语作家王露露

亲爱的朋友们, 你们好。我是汉字控,无论遇到什么事,都能跟汉字挂上钩, 上至天文地理, 下至婆婆妈妈,一切皆在汉字中。 比如·,不少人崇拜爱因斯坦等科学家,可他们名下的一些最新科研成果早在七千年前,被我们的老祖先仓颉等人揉入了汉字形态中了。

众所周知,不少汉字的反义词, 其笔划数量都相同,上下,大小,左右,日月,阴阳,等等。有人会说,纯属巧合。那就像守着粮仓挨饿一样,对古人揉入汉字里宇宙真知视而不见。

鄙人以为,古人用同样数量的笔划来表达相对立的概念,是在告诉我们,万物都是相互成就和相互对换的,即相生相克。没有上,下在哪儿?没有大,就无从谈小,没有左,右的坐标是什么?没有阴,要阳有啥用?这是相生。相克就更好理解了,上和下相对立,大小, 左右,阴阳无一不是。

插一句, “无一不是” 这个词我们常用,但其深层含义是什么?就是相生相克的意思。没有大, 就没有小,缺一个,另一个就啥也不是。这就是蕴含在 “无一不是” 中量子力学。怎么又扯上现代物理了?

爱因斯坦提出了一个概念,叫 Spooky action at a distance, 翻成中文就是“远处的诡异动作’。物质的最小组成部分之一是粒子,粒子的一个特点是,它无时不刻在转动。如果两个粒子被赋予相同的能量,我们测量时,一个粒子向左转,不用问,另一个粒子一定向右转,就像它们俩一直在互通信息一样。更诡异的是,即便把一个粒子发射在月球上,而另一个粒子留在地球上,二者根本没有时间和媒介进行信息交换,你去测量它们的旋转方向时,照样是相反的,许多实验表明,无一例外。

这不就是汉字里说的万物相生相克吗?上产生下,下产生上,这是相生。一个在上,另一个就非得在下,这是相克。二者在上还是在下,只是双方之间自动的相互制约,相互作用的问题。 因为二者绝对相同,所以它们才能随时随地互换,等值等价才能交换嘛。这不仅体现在“上下”等字笔划数量的相同,而且在形态上也是如此。“上”反过来就是“下”,“‘大” 是头大, “小”是下面大,“左右” 也一样‘。

说了半天汉字和量子物理,跟我的日常生活有啥关系?能让我们幸福呀。有什么比慕然回首,意识到你有的我也有,我有的你也有,更让我们感到幸福的?阔绰与匮乏, 成功与失败,二者的区别只是前后顺序问题,而且是双方之间自动相互制约,相互作用的问题。没我就没你,没你就没我。富人是相对于穷人的,明星是相对于粉丝的。哪天富人没有穷人为其服务,明星没有粉丝捧了,他们就失去了光环了。比如, 哪天穷人受够了,也想富一把,起心动念了,就会多动脑,勤工作,当他们发家致富时,过去的穷人和富人的位置就掉了个了。哪天有个粉丝一琢磨,干嘛老捧别人做明星?结果他参加了达人秀,自己摇身一变,星光闪烁了,台下坐着一个粉丝,他就是自己过去的明星。

你会说,那得等哪辈子呀?古人说 “富不过三代”,“风水轮流转”。 这两句古话也包含了现代量子力学的新成就。 刚才说过,现代物理学家发现,粒子在不停地旋转,旋即“玄”。 古人所说的“这里有玄机”,“世界玄又玄”,就是说一切在变化中, 跟物理学家的新发现不谋而合。而正弦波是万物运动的形式。中国为什么有龙图腾?因为龙的形状像正弦波。 我们的祖先早在创造龙图腾时,就知道物质在以正弦波的形式不断运转。因此,阔绰与匮乏,成功与失败,在不断地互换位置。古人所说的 “富不过三代”,“‘风水轮流转” 就是基于古人对宇宙运行规律的洞见。

如果我们把时间顺序这个因素抽出来,物质与物质,人与人,他们之间是等量等值互换的关系。孔子说的天下大同,如今我们提倡的人类命运共同体,不是梦想,而是恒古不变的自然规律,这是汉字一直在无声告诉我们的秘密。

上下,大小, 左右,阴阳等反义词汉字还告诉我们,入局就进入无休止的轮回。 今天你在上,我在下,明天我回升,你下沉,没完没了。要跳出上下,大小,高低,贵贱的框子,《金刚经》管这叫不 “住相”,就得压根就不接招,不被自己处境所影响,富贵不能淫,贫贱不能欺,做个人生看客,从旁观者的角度,笑看沧海变良田,良田又变回沧海, 即道家所说的“长生久视”。 这样才能气定神闲,心安。为什么不说 “长生久活”呢,因为活就是陷入轮回不可自拔。

王德峰老师说,中国哲学讲的是人学,人学讲的是如何才能心安。汉字所体现的宇宙真知使我们能够尊重自然规律,天人合一,这样才能心安。由此可见,汉字是幸福的密码。

以上说的是个人层面的幸福,从社会和国家层面来看,不能只要求个人豁达,坦然,恬淡,也要帮人一把,使人更容易跳出上下,高低,贵贱对立的框子。 那就要尽量淡化上下,高低, 贵贱之间的对立,使对立统一之间的转换平缓柔和, 人性化一些,使大家尽量和谐相处。古人所讲的仁爱,如今我们讲的共同富裕,就是这个目的,也是社会主义制度比资本主义制度更接近物质运动规律,天道和人道的原因。

Foto en wij tweetjes

Ik rook niet, drink niet en gok niet, maar mijn verslaving is daarom niet minder erg. Ik ga te laat naar bed. Hoe laat? Het varieert, tussen twee en vijf uur ’s nachts oftewel ’s ochtends. Als ik om tien of elf uur opsta, kan men mij met een stoffer en blik opvegen en ik ben pas wakker als ik een kop strakke koffie op heb. Als ik een keertje om zes of zeven uur uit bed kom en zoals altijd mijn ouders bel om hen een goede morgen (daar in China is het reeds namiddag, nou ja) toe te wensen, vragen ze standaard ben ik al opgestaan of moet ik nog naar bed? Ik hoor via de achtduizend kilometer lange telefoonlijn hun kritische en vooral bezorgde ondertoon.

Elke ochtend oftewel middag als ik uit bed stap zweer ik bij hoog en laag dat ik vanavond eindelijk op een christelijke tijd zou slapen gaan en morgenochtend wakker zou worden, maar zodra de avond daalt, zoek ik de gekste smoezen om op te blijven. Jarenlang zit ik gevangen in de Bermudadriehoek van een goed voornemen, een slecht resultaat en een escalerend schuldgevoel.

Achterhalen

Nu Boemel er niet meer is, trommel ik mijn vrienden op die in de loop der jaren bij mij op visite zijn geweest. Zoek alsjeblieft in jullie geheugenkaart of daar nog een foto van mijn hond is opgeslagen, zeg ik tegen hen. Zo’n blafferd en voeten-struikelaar, daar kwamen ze destijds met geen mogelijkheid omheen en ze hebben zeker met hun mobieltje foto’s van hem gemaakt, druk ik hen op het hart.

Ja hoor. De afgelopen dagen stromen Boemels foto’s mijn mailbox binnen en ik rangschik ze keurig langs een tijdlijn. Dit kan ik doen omdat ik aan de hand van zijn blik kan achterhalen in grosso modo welk jaar de foto’s zijn gemaakt. Op zijn eerdere foto’s oogde hij triest en zelden vrolijk, hoogstens energiek. Pas de laatste paar jaar van zijn leven keek hij op de foto’s ontspannener en vrediger uit zijn doppen.

Naarmate ik de foto’s sorteer, raak ik stukje bij beetje verlost van zelfverwijt. Ik begin te begrijpen waarom ik bijna nooit foto’s van Boemel maakte. Normaliter zag ik hem blaffen, springen, rennen en vliegen, en merkte ik weinig van zijn ware gevoel. Op een foto staat Boemel even stil, waardoor zijn onderliggende beleving niet door zijn drukdoenerij weg te moffelen was. Dan zag ik een bedroefd, bang hondje en ik kon er helaas weinig aan doen. Hoe kon ik zijn geschiedenis wegwissen en de tijd terugdraaien?

Ik herinner me nog die ene keer – ik praat nu over jaren geleden – dat zo’n foto zag. Ik verstopte die meteen onder het stoelkussen. Toch handelde ik niet snel genoeg. Dat beeld was al op mijn netvlies gebrand en tranen vielen niet meer te stoppen. Ik zag als het ware Boemeltje toen hij amper een jaar was, moederziel alleen zwervend in het voor hem grenzeloze Kralingse Bos van Rotterdam. Zonder vaardigheden om op wild te jagen en allesbehalve vegetarisch van nature, leed hij vaker honger dan dat hij wat in zijn maag had. Soms kwamen joggers en fietsers tevoorschijn, hij dribbelde naar hen toe op hoop van voedsel, hulp of een aaitje, maar niet iedereen had tijd voor hem en sommigen schopten hem zelfs omver. (Niet voor niets moest ik hem tijdens het wandelen kort houden zodra ik een jogger of fietser zag naderen, anders liet hij hem grommend zijn tanden zien.) Langzamerhand leerde hij zichzelf te beschermen tegen aanvallers door een keel op te zetten en ontwikkelde een klokkenluide stem voor zijn kleine lijfje.

Gelukkig oogde Boemel op zijn latere foto’s minder angstig, een stuk relaxter. Op een paar ervan toonde hij zelfs zijn aanhankelijke en vredige kant.

Uitkiezen

Toch lieten de afgelopen weken Boemels eerdere foto’s mij niet los. Dagen achter elkaar piekerde ik erover. Totdat ik ten langen leste tot het besef ben gekomen waarom eigenlijk. Men zegt dat een hond zijn baas uitkiest. In de roos. Boemel en ik zitten in hetzelfde schichtige schuitje. Hij was een druk en lawaaierig baasje. Alleen op een foto werd hij tussen de bedrijven door op stop gezet. Dan dreef zijn verdriet overgehouden van zijn prille jeugd boven water.

Voor mij was het niet de foto maar de nacht die mij dwong stil te staan en ik vrees met grote vreze om in bed te liggen. Wat zou er gebeuren zodra ik niet werk? Als een meisje van zes en met witte vlekken op mijn huid, was ik door mijn moeder voorbereid voor een eenzame volle wasdom. Ik moest het mannen niet kwalijk nemen als ze mij niet zagen zitten, legde ze mij uit. Ze hebben niets tegen mij en willen alleen geen gevlekte of gestreepte kinderen met mij op de wereld zetten. Maar, troostte moeder mij, ik kon door hard te leren en te werken mijn eigen geluk vinden, zo niet in de liefde, maar dan wel in de carrière. Rust, iets wat voor velen een verademing is, betekent voor Boemel en mij onzekerheid en kopzorgen. Alhoewel Boemel veilig en al bij mij thuis zat, zwierf hij in zijn kopje nog steeds rond in het Rotterdamse bos vol gevaren waar hij voor moest wijken. Al was ik allang genezen van de huidaandoening, in mijn gedachten moest ik alsnog met zwoegen mijn gevlekte uiterlijk compenseren.

Hoe was het Boemel in zijn oudere jaren gelukt om vrede in zijn hart terug te vinden? Waarschijnlijk dankzij de tijd die zijn jeugdherinneringen wegvaagde en het feit dat er later altijd iemand was die voor hem klaarstond. Aangezien een hond het verleden achter zich kon laten en in het hier en nu kon leven, kan ik het ook, neem ik me voor. Ooit kan ik met een dapper hart de lange nacht tegemoet gaan waarin ik lekker niet werk.