Op hoop van zon, 4, Lulu Wang

Vanochtend stond ik op en keek uit het raam. De kastanjeboom in mijn achtertuin was eindelijk door de wind tot op het bot uitgekleed. Zijn zwarte romp stak af tegen de grijze lucht. Al die tijd had hij geprobeerd om desnoods het laatste blad, voor zijn edele delen, te behouden, maar nu hij desondanks teruggekeerd was naar zijn naaktgeboren staat, hief hij zijn hoofd moedig op. Zwijgzaam vertelde hij de wereld dat hij klaar was om zijn ware gedaante te laten zien en kleur te bekennen. Ik stak mijn hand uit het raam en voelde. Geen zuchtje wind.

Krassend dook een zwarte raaf neer en nam plaats op een tak. Roerloos zat hij daar, alsof hij aan de boom was vastgegroeid en altijd een onderdeel ervan was geweest. Zijn lage stemgeluid echter reisde verder, kerfde krassen op de halfdoorzichtige hemelkoepel en scheurde zodoende de oorverdovende najaarse stilte open. Ik stond voor het raam, eveneens roerloos, gefascineerd door de verstilde natuur en de solozang van de raaf.

Ik verzonk in gedachten. Als de zomer een kleurenfilm is, dan lijkt de herfst op een zwart-witte schets. Met slechts een paar pennenstrepen tekent Moeder Natuur haar nieuwe contouren nadat ze haar zomerjurk heeft uitgedaan. Als het voorjaar een lofzang aan fleur en geur is, dan brengt het najaar ode aan de kunst van het weglaten. Met haar gedaantewisseling laat Moeder Natuur ons zien en horen dat er tijd is om te hebben alsmede tijd om weg te laten.

Als ik mag kiezen, dan verkies ik de herfst. Een boom in rijke bloei is weliswaar een feest voor het oog, maar een boom kaalgeplukt is rijkdom pur sang, omdat hij heeft gebloeid en er nog staat. Dit kan niet gezegd worden van een verwelkte bloem, die allang verdwenen is onder de aarde. Een herfstboom heeft het gezien, gedaan en legt zich nu ter ruste.

Toegedekt door grijze wolken dommelde de kastanjeboom in mijn achtertuin weg. In slaap gewiegd door de warme tenorstem van een zwarte raaf droomt de boom van rood, blauw en geel, een kleurrijke herinnering aan de zomer die geduldig wacht op zijn wederopstanding in het voorjaar.

Koop Nederwonderland of andere boeken van Lulu Wang >>> >>

Op hoop van zon, 3, Lulu Wang


Nu het herfst is, ga ik elke ochtend, voordat ik me aankleed, alvast op blote voeten naar het raam. Daar kijk ik naar een kastanjeboom in mijn achtertuin. Ik kan niet wachten om met lede ogen aan te zien wat voor ravage de wind de afgelopen nacht heeft aangericht. Aan de bladeren die nog aan de takken hangen, lees ik de windkracht af. Ik moet de weergoden al op mijn knietjes bedanken als er geen storm heeft huisgehouden, die alle bomen in één moeite door kaal heeft gestript. Nee, ik schuif mijn afkeer tegen rukwind, donder, bliksem en alles wat er tot overmaat van ramp bij komt niet onder stoelen of banken.

Vanochtend deed ik hetzelfde, uit het raam kijken naar de kastanjeboom. Zo kaler de takken waren geworden, zo dikker leek het bladertapijt in mijn achtertuin. De tientallen blaadjes die ondanks de nachtelijke windstoten voet bij stuk hadden gehouden, weerkaatsten als bronzen spiegeltjes de oranjerode ochtendgloed.

Plotseling stak een wervelwind zonder enig voorteken op en ik zag een blad eronder bezwijken. Het slanke goudgele blad vloog met de wind. Ze maakte een reeks pirouettes, als een ballerina op het podium van een amfitheater, met roder wordende ochtendgloed en blauwer wordend hemelgewelf als decor. Ze rees en daalde, onderwijl wentelend en kerend in de richting en het ritme van haar even krachtige als galante danspartner. Het ene moment ging ze bijna ten gronde, maar het andere moment werd ze gered door haar prins op het windpaard. De twee botsten tegen elkaar en omhelsden elkaar om vervolgens gearmd af te stevenen op hun gezamenlijke lotsbestemming.

Terwijl ik ademloos naar het tweespel keek , begon mijn dijk van een hekel aan wind, storm en wat dies meer zij af te brokkelen. Waaide het niet als een gek, zou het blad misschien langer aan de tak hangen, maar wat dan? Vroeg of laat zou ze afscheid van de tak moeten nemen. Dan zou ze loodrecht op de grond vallen, een saai einde tegemoet. Dan zou ze de kans moeten missen om vlak voor haar onvermijdbare einde de hoge, brede en wijde wereld te bereizen, haar prins te ontmoeten, door hem bemind en meegenomen te worden naar plaatsen waar ze destijds als een blad aan een boom nooit van had durven te dromen. Als het blad toch moest heengaan, was deze manier van vertrek zo’n slecht idee ook weer niet, temeer omdat ze haar laatste reis niet alleen hoefde af te leggen. Met herinneringen aan haar eerste en enige dans en aan hun gezamenlijke vlucht in het blauwe luchtruim kon het blad, straks daar in het bomenparadijs, met weemoed terugdenken aan haar vervulde leven op aarde.

Toen mijn hekel aan wind en storm geluwd was, kon ik helderder denken. Ik besefte dat wat ons naar ons einde brengt niet onze vijand hoeft te zijn. Het kan net zo goed onze laatste geliefde zijn. Een geliefde die op het moeilijkste moment van ons leven zo graag onze hand vast wil houden dat hij het ervoor over heeft om door ons verkeerd begrepen en gehekeld te worden.

Koop Nederwonderland of andere boeken van Lulu Wang >>> >>