Taal leert en taal verwart, het principe van gemak

Wij zeggen niet ‘Hij is vossensluw’ of ‘Ze is pruimenzuur’ omdat het struist tegen het Principe van gemak (Principle of convenience).
 
Naast duidelijkheid in het overbrengen van onze boodschap wensen wij ook het gemak waarmee wij het doen. Wij zeggen niet meer ‘beterkoop’ maar ‘goedkoper’, omdat ‘beterkoop’ een lettergreep meer telt. In ons dagelijks leven met de nodige besognes, zijn wij blij met elk beetje minder dat wij hoeven te doen of te spreken. Wij schrijven wel ‘politie’, maar wij zeggen ‘plisie’, vooral als wij net beroofd zijn en met een bibberstem 112 zitten te bellen.
 
‘Hij is vossensluw’ is een mondvol. Daarom zeggen wij ‘Hij is een sluwe vos.’ Hetzelfde geldt voor ‘Ze is pruimenzuur’, die lastiger uit te spreken is dan ‘Ze is een zuurpruim.’
 
Het principe van gemak is niet alleen bedoeld om ons leven te vereenvoudigen maar ook om sowieso iets gedaan te krijgen. Stel je voor dat je een jager bent. Je zit achter de struiken op een haasje te wachten. Als je een fazant voorbij ziet vliegen en je gaat daar meteen achteraan, schiet je letterlijk en figuurlijk je doel voorbij.
 
Een tweede reden waarom wij niet zeggen ‘Hij is vossensluw’ is dat ons brein liever per zin één prominent onderwerp wil hebben. Anders wordt het te ingewikkeld voor ons begrip. ‘Hij’, een man, is een belangrijk onderwerp, ‘vos’, een dier, is eigenlijk ook een ruimtevullend onderwerp. Als wij naast de twee onderwerpen ook nog een vergelijking aan de zin toevoegen – ‘vossensluw’ – bevat de zin teveel van het goede. Daarom slaan wij de vergelijking over en zeggen gewoon ‘Hij is een sluwe vos.’ Grammaticaal gezien is hier geen vergelijking te vinden, maar iedereen weet dat ‘hij’ geen echte vos is maar dat hij alleen maar daarop lijkt.
 
Dat is heel anders dan ‘Het is ijskoud’. Want ‘het’ is als onderwerp nietszeggender dan ‘hij’ of ‘vos’. Vandaar dat het voor het brein niet belastend is om nog een onderwerp ‘ijs’ erin te hebben bij wijze van vergelijking.
 
Pruim is tandenomverwerpend zuur. Zij – een vrouw – en een pruim zijn twee breinruimtevullende onderwerpen. Die twee plus nog een vergelijking – ‘pruimenzuur’ – worden te zwaar voor één zin. Vandaar dat wij de vergelijking ‘pruimenzuur’ weglaten en overgaan tot ‘Ze is een zuurpruim.’
 
Sommige succesvolle leiders kennen dit principe. Vandaar dat ze oneliners gebruiken om het volk te mobiliseren. Oneliners spreken de massa aan maar hebben een nadeel: daar ontbreken de nodige nuances aan. Daarom slagen sommige demagogen erin om de massa de gekste dingen te laten doen met alle gevolgen van dien.
 
Fotograaf: Roger Voorn
 
 

Taal leert en taal verwart, 3, commercie en taal

In het Nederlands is er een gezegde: ‘Wie met pek omgaat, wordt erdoor besmet.’
 
Als de manier waarop wij ons kleden huwelijk met de commercie aangaat, is de vraag niet meer wat voor kleren ons mooi staan, maar wat nieuw is. Is het leuker om een groot stuk van onze benen bloot te stellen of is het spannender om slechts onze enkels aan het publieke oog prijs te geven? Het gaat erom wat de modesouffleurs ons voorzeggen. Zij creëren jaarlijks, seizoenswijze zelfs, een kunstmatige modegolf, waarbij ze het meest gunstig varen, waarbij wij het tij hijgend proberen te volgen en waarbij wij onderweg lichter worden in onze buidel. Hoe snel wij ook rennen, wij zullen de golf nooit voor zijn. Daar zorgen de golfmakers wel voor.
 
Als de manier waarop wij woorden moeten spellen met de commercie trouwt of in het weekend samenhokt – lat-relatie -, krijgen wij periodiek taalvernieuwingsvloed over ons heen. Leuk voor de verkoop van woordenboeken en woordenlijst, en voor de werkgelegenheid van de groep knappe taalkoppen die de taal in stukjes hakken en weer aan elkaar naaien. Dat de gewone taalgebruikers duizelig worden van de nieuwe spelling en diens omrijmbare logica, vormt voor de taalverknoeiers, pardon, taalvernieuwers geen bezwaar. Immers, zij zijn de specialisten en Jan met de pet heeft hen maar te volgen. Klaar is kees. Of moet ik zeggen: Claar is cees?
 
Ons steeds nieuwe mode voorschrijven leidt slechts tot materiaalvernietiging. Nagenoeg nieuwe kleren gaan aan het einde van het seizoen naar de prullenbak. De natuurlijke bron op onze aarde raakt weliswaar sneller op, maar wij kunnen alsnog naar de maan vliegen om hetzelfde te doen met die planeet.
 
Ons regelmatig zinloze hetzij door commercie hetzij door grootheidswaan ingegeven taalvernieuwingen opleggen, echter, leidt tot de vervorming en uitholling van onze essentie. Hoe leggen wij straks aan de maanbewoners uit wie wij zijn? Onze taal is eerder door ons naar de maan geholpen dan dat wij zelf de maan bereiken.
 
Wat mij betreft mag de commercie of de menselijke arrogantie desnoods alle bomen, planten, lucht en water naar de maan helpen, maar spaar onze taal. Taal is het enige dat ons onderscheidt van planten, dieren en voorwerpen.
 
Zodra ik tijd vind, blog ik over het huwelijk tussen commercie en andere steunpilaren van ons bestaan.
 
 
Foto: Roger Voorn