‘Witte vlekken verbergen voor haar prins op het witte paard’ – een passage uit Het tedere kind

De lente in Chongqing was vroegrijp, net als de jongens en meisjes hier. Het was pas begin maart, maar de azalea’s bloosden van verlangen en de orchideeën kleurden ivoorwit.
 
Lilan werd met de dag nerveuzer. Ze kon haar gewatteerde jas niet meer dragen – daar was het veel te warm voor. Maar het zomerunifrom had een open kraag, zodat de witte plekken op haar hals zichtbaar zouden worden. Ze schreef een noodbrief naar haar ouders. Twee weken later ontving ze een postpakket vol medicijnen en zalfjes. Als een drenkeling greep ze de kans aan om tenminste die vlekken die docent Ren zou kunnen zien – op haar hals en handen – weg te werken. Koste wat kost.
 
Foto: Lulu (zestien jaar) met haar neef op het Plein van de Hemelse Vrede te Beijing
 

‘Na de sluitingstijd van de bibliotheek’ – een passage uit Seringendroom

Weichun liep achter haar. Hij stak zijn armen uit opdat de hordes studenten die allemaal tegelijk de poort uit wilden gaan, Dingxiang niet zouden omstoten of haar zouden wegellebogen. Zijn adem was dwars door haar hoofdhaar heen te voelen – warm en fors. Ze stond even stil, midden op haar weg naar de frisse omhelzing van de herfstnacht, en vroeg zich af waarom ze er nooit op had gelet waar hij naar rook. De welgeteld vierentwintig treden van de uitgang van de bibliotheek markeerden vierentwintig geurmogelijkheden die door haar brein fietsten. Rook hij zoet, of zuur? Fris of ranzig? Enfin, nu de massa’s studenten om haar heen geen smoesje meer hadden om haar lichaam aan te raken, zij het in de vorm van een stoot of een duw, liep Weichun discreet iets verder van haar vandaan.
 
Blz. 270-271
Foto: Freddy Jans