Vriendschap, 2

Toen ik jong was, maakte het mij niets uit of iemand het de moeite waard was, als ik hem of haar maar als vriend of vriendin mocht hebben. Ik schrokte lief en leed, plezier en pijn even gretig op, omdat ik bang was alleen op de wereld te zijn. Dat mijn hart keer op keer aan diggelen was geslagen weerhield me niet me steeds opnieuw koste wat kost aan vriendschap vast te klampen.
 
Nu ik ouder ben geworden, kies ik mensen uit voor wie ik mijn hartdeur opendoe. Komt het doordat ik niet meer in een mum van tijd de stukjes van mijn gebroken hart weer aan elkaar kan lijmen? Of is het omdat ik nu scherper kan zien en het kaf van het koren kan scheiden? Maar één ding is zeker: van een veelvraat qua vriendschap ben ik gegroeid tot een fijnproever.
 
Sinds gisteren realiseer ik me dat bevriend zijn geen vrijbrief is om je vriend(in) als spuugbak te gebruiken noch de plicht met zich meebrengt de spuug van je vriend(in) op te vangen. Vroeger wilde ik geen afstand nemen van een pijnlijke vriendschap ook omdat ik de betrokken persoon niet wilde kwetsen. Nu besef ik dat ik hem/haar eigenlijk een dienst bewijs door de vriendschap te beëindigen. Want zonder mij als zijn/haar spuugbak wordt hij/zij gedwongen om eindelijk stil te staan bij zijn/haar frustraties en ze aan te pakken, in plaats van mij aan te pakken.
 
Mezelf geweld aandoen in de hoop een ander een plezier te doen, is een verkeerde opvatting van het Leven. Het Leven is niet zo wreed als ik dacht dat Het was. In tegendeel. Het Leven is Liefde zelve. Het heeft ons geschapen als één, in ons gezamenlijke lief en leed, maar niet in jouw lief en mijn leed of andersom.
 
Foto: Lulu bezocht in nov. 2011 haar eerste huurappartementje in Nederland – in centrum Maastricht.
Fotograaf: P. Nijsten
 
 

Vriendschap, 1

Sinds de afgelopen twee jaar heb ik met mezelf afgesproken niet meer te zwelgen in verdriet, maar de laatste dagen heb ik zo’n zin in bedroefd zijn dat ik ziek ben geworden. Griep, buikpijn en een barstende hoofdpijn. Waarom ik verdrietig ben, daar kan ik niet precies mijn vinger op leggen. Misschien komt het doordat ik een paar dagen geleden afscheid van een goede, oude vriendin heb moeten nemen.
 
Ik heb haar ruim 12 jaar gekend. De laatste twee maanden snauwde ze mij zo vaak af dat mijn hart brak. Toch probeerde ik me aan onze vriendschap vast te klampen. Ik smeekte haar niet zo tegen mij te schreeuwen en bleef muisstil als ze tegen mij tierde. In de hoop dat mijn geduld haar zou ontroeren. Helaas stond haar besluit vast en ze keerde mij de rug toe, vorig jaar een dag voor mijn verjaardag.
 
Drie dagen geleden kwam ze mij weer opzoeken. Aan haar blik zag ik dat ze spijt had gekregen. Ik wilde zo graag met haar de draad oppakken, maar haar kennende, vreesde ik dat ze na een paar dagen mij weer hatelijk zou toespreken.
 
Afscheid doet pijn. Al is het afscheid mijn keuze.
 
Een nog diepere pijn komt door iets anders. Nu ik ouder ben geworden schijn ik minder bestand te zijn tegen kwelling. Nu nog steeds hoop ik stiekem hoop dat als ik het risico voor lief zou nemen dat die vriendin mij weer af zou snauwen, onze vriendschap misschien gereanimeerd zou kunnen worden. Immers, was dit incident tien jaar geleden gebeurd, zou ik die vriendin een tweede, derde of twaalfde kans hebben gegeven.
 
Ik herinner me een zin uit een Koreaanse film: ‘Als je ouder wordt, raakt je geduld op’. Korte metten maken beschermt mij tegen verdriet, maar geduld heeft ook iets romantisch en melancholisch. Dat ik er vandaag de dag niet meer voor over heb kwelling op de koop toe te nemen op hoop van een beetje vriendschap bedroeft mij. Diep.
 
Ik begrijp wel waarom die vriendin de laatste maanden zoveel slechte buien heeft. Ik heb haar daarom maanden lang bijgestaan, maar dat mocht niet baten. Ik wil geen doelwit meer zijn van haar frustraties. Daarvoor heb ik de tijd die mij rest te lief.
 
Foto: Hans Roes