Chinablog Lulu Wang, Dag 2, in de Nationale Bibliotheek te Beijing

Ik reed ruim een uur met de taxi van iets buiten de vijfde ringweg naar de derde ringweg. Naar de tweede ringweg zou nog een half tot een uur duren. Zoiets als van Den Haag naar Breda maar dan binnen Beijing, nota bene niet van noord naar zuid maar van noord naar het centrum. Ik had afgesproken met een leidinggevende van de Nationale Bibliotheek in een van de vele cafes aldaar. Het was rond 1230 uur maar in het cafe speelde al een electrische piano romantische muziek. De zetels waren rode sofa’s en uit de raam kon men bloeiende gele brem en roze perzikbloemen zien. Bijna te lyrisch om je te concentreren op je literatuur. Tieners, twintigers zaten ingezakt op de banken en zachte stoelen en genoten van een rijk aanbod van drankjes en Chinese of westerse warme maaltijden. Heel anders dan toen ik een studente was.

Ik zocht tussen hen de leidinggevende van de bieb en vond hem niet. Hij bleek mij te willen ontvangen in een sjieke ontvangstkamer naast het cafe. Hierover morgen meer

Chinablog Lulu Wang, Dag 1, Blonden als Chinezen

8.30 uur, 24 april 2013. Bij het douane van de Internationale luchthaven te Beijing hingen twee borden. ‘Houders van Chinees paspoort’ en ‘Houders van buitenlands paspoort’. De rijen voor het Chinees paspoort waren half zo lang als die met een buitenlandse. Een paar blonden schenen het Chinees paspoort te bezitten, want ze stonden in de rij voor Chinezen.
 
Ik, een nieuwe Nederlandse, sloot mij netjes aan een rij voor buitenlanders. Mijn rij slonk tergend langzaam in. Opeens zag ik een dounier met witte handschoenen onze rij benaderen. Hij zwaaide met zijn hand en dreef ons naar een rij voor Chinezen. Ik voelde me als een schaap dat van hem over de dam moest springen. Prettig was anders. Maar omdat de rij voor Chinezen kort was, waren wij vele malen sneller geholpen. Vandaar de blonden die ik zonet zag in de rij voor Chinezen!, realiseerde ik me.
 
De dounier bedoelde dus het goed voor ons. Alleen had ik dit in het begin niet ingezien. Ik had me daarom geergerd aan zijn weinig vriendelijke manier van doen. Alhoewel, hij was weldegelijk vriendelijk, maar niet op de manier waar ik, een verwesterde Chinese, in de loop der jaren gewend ben geraakt.
 
‘Een barbaar is iemand die een ander een barbaar vindt.’ Daar zit wat in.