Schelden is gezond, een klassiek Chinees verhaal

Er was eens een boer die zijn bruine gespikkelde hen verloren had. Zijn vrouw huilde tranen met tuiten, want de kont van die kip was hun spaarpotje. De eieren die de hen om de dag legde, verkocht de boer op de markt in ruil voor zout, zeep en andere levensmiddelen die niet uit zijn landbouwveld groeiden. Hij was niet dom en had een vermoeden wat er met zijn kip was gebeurd: zijn buurman had de kip gestolen en opgegeten. En ja hoor. De volgende dag waaide het hard en de gespikkelde veren van de spoorloze hen vlogen uit de vuilnisbak van de buurman. Deze dwarrelden als bruine sneeuwvlokken in de lucht rond.
 
Er kwam rook uit de oren van de buurvrouw. Ze vroeg haar man de dief bij de lurven te pakken, zijn huid vol te schelden en net zo hard te rammen totdat hij de kip die hij opgepeuzeld had eruit spuugde. Nee, zei de buurman, dat zou hij niet doen. Hij was een fatsoenlijke man en gunde de dief een voedzame vleesmaaltijd.
 
Een paar dagen later kreeg de dief jeuk over zijn hele lichaam. Hij krabde voortdurend aan zijn huid en kon niet meer werken of slapen. Ten einde raad ging hij naar een tempel, op zoek naar een monnik die tevens een geneesheer was. De monnik schudde met zijn hoofd. Hij kon de huidpatiënt niet helpen. De enige die de dief zijn gave, gezonde huid terug kon geven was de eigenaar van die kip: hij moest de dief de huid vol schelden. Hoe lelijker de woorden die de bestolen man gebruikte, hoe sneller de kippenjatter zou genezen. Thuisgekomen vroeg de huidpatiënt zijn buurman om hem te vervloeken, hoe vinniger hoe liever. Nee, zei de buurman, daar was hij te fatsoenlijk voor.
 
Een week later hoefde de dief niet meer aan zijn huid te krabben. Zijn hele lijf was bedekt met veren. Hij praatte niet meer, maar kakelde, precies zoals die bruine gespikkelde kip. Wanhopig fladderde hij naar de monnik en smeekte om hulp. De monnik herhaalde zijn advies. De ‘kip’ vloog naar huis en kakelde tegen zijn buurman. Of hij hem alsjeblieft wilde redden!
 
De buurman kreeg zoveel medelijden met de kippenjatter dat hij begon me toch te schelden! Alle mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen had hij opgesomd; alle kelderverdiepingen van de hel en alle vormen van de menselijke én dierlijke ontlasting – droge, natte en alles daar tussenin – had hij genoemd. En prompt, de dief verloor zijn veren en ging praten in plaats van kakelen. Dank je wel, zei hij en boog diep voor zijn redder.
 
Dus, als iemand je onrecht aangedaan heeft, moet je het hem vertellen. Niet alleen voor jouw bestwil maar ook om de persoon in kwestie te verlossen. Schelden is gezond voor je hart én voor de huid van je kwetser.
 
© Lulu Wang
Den Haag 16 september 2009.
 
Foto: Lulu wenst haar lezers een zonnige zondag toe!
Fotograaf: Judy Liang.
 

Een niet-gepland bezoek aan een van mijn geldschieters

Gisteren had ik een bespreking met een werkgroep in Maastricht. Over een aantal projecten in dat juweeltje van een stad als Maastricht. Mijn huidige en toekomstige boeken, een filmproject, en andere culturele activiteiten over en in Maastricht.
 
Na het gesprek heb ik mijn geldschieter opgezocht – mw. Lily Choi, volgens mij de eigenares van het Restaurant La Chine te Maastricht. Zij is een van de sponsors van de korte film (Jimmy Tai Films) ‘Fifteen guilders’, gebaseerd op ‘Nederland, wo ai ni’. De andere twee sponsors, het Designhotel Eden Maastricht en Hooroplossingen Streukens Maastricht, ga ik bij de volgende gelegenheid opzoeken om hen persoonlijk hartelijk te danken.
 
Mw. Choi was een beetje verlegen toen ze mij zag aanwaaien. Geen wonder. Want ik kwam bij haar onaangekondigd binnen. Een ‘ongenode’ gast. Maar toen wij samen op de foto gingen, oogde ze zo blij! Net als ik. Niemand gelooft mij als ik zeg dat ik in feite een verlegen mens ben. Toch is het zo. Alleen kan ik het, indien nodig, goed onder de vloermat schuiven.
 
Hoe ik dat doen, dat schuiven? Ik mediteer elke dag twee uur. Van daaruit put ik de moed mensen te zien en te spreken. Niets is zoals het lijkt. Ik ben een wandelend bewijs van die spreuk.