‘Na de sluitingstijd van de bibliotheek’ – een passage uit Seringendroom

Weichun liep achter haar. Hij stak zijn armen uit opdat de hordes studenten die allemaal tegelijk de poort uit wilden gaan, Dingxiang niet zouden omstoten of haar zouden wegellebogen. Zijn adem was dwars door haar hoofdhaar heen te voelen – warm en fors. Ze stond even stil, midden op haar weg naar de frisse omhelzing van de herfstnacht, en vroeg zich af waarom ze er nooit op had gelet waar hij naar rook. De welgeteld vierentwintig treden van de uitgang van de bibliotheek markeerden vierentwintig geurmogelijkheden die door haar brein fietsten. Rook hij zoet, of zuur? Fris of ranzig? Enfin, nu de massa’s studenten om haar heen geen smoesje meer hadden om haar lichaam aan te raken, zij het in de vorm van een stoot of een duw, liep Weichun discreet iets verder van haar vandaan.
 
Blz. 270-271
Foto: Freddy Jans
 
 

‘Stapelbed’ – een passage uit Seringendroom

Dingxiang klom opnieuw naar haar deel van het stapelbed. Ze had zin die Amerikaanse grote bek over ‘mensenrechten’ en ‘vrijheid’ – met name de vrijheid om maar raak te fokken, zoveel als een echtpaar maar wilde – eens uit te nodigen een week in deze slaapkazerne door te brengen. Eén dag en één nacht moesten volgens haar volstaan om hem over te halen de één-kind-politiek toe te juichen.
 
Per nacht werd Dingxiang minstens vijf keer wakker gemaakt door een van haar negen zaalgenoten, die het ieder op een afzonderlijk tijdstip nodig achtten een plasje te gaan doen. Dat resulteerde steevast in een hoop stommel en geauw, wwant ongehinderd in het donker de met bedde, tafels en stoelen volgebouwde kamer in- en uitgaan was geen sinecure.
 
Blz. 200
Schilderij: Jacqueline Wassen, 1997, geïnspireerd door het stapelbed beschreven in ‘Het lelietheater’