Wie goed doet…

Toen ik jong was, probeerde ik koste wat kost het hart van mensen die ik liefhad te winnen. Ik dacht dat als ik hen zou overladen met genegenheid en geduld, ze mij een blik waard zouden keuren. ‘Wie goed doet, goed ontmoet’, dit gaat niet op voor menselijke relaties.
 
Best te begrijpen, achteraf gezien. Want mijn tederheid, hoe lief bedoeld ook, kan als een molensteen hangen om de nek van een ander. Zeg maar een roos op een koeienvlaai. Ik was dan de vlaai en de ander de bloem. Bovendien, door mijn hechtingsdrang aan mensen die mij niet zagen staan, merkte ik de vriendelijke gebaren van degenen die mij wel aardig vonden niet.
 
Een Boeddhistisch gezegde luidt: ‘Als je geen verlangen hebt, klopt geluk op je deur’. Nu ik bijna eenenvijftig ben, besef ik dat mensen die voor mij bestemd zijn, vroeg of laat naar mij toe komen. Degenen die mij niets dan een gebroken hart bezorgen, al sta ik op mijn kop en blaat als een schaap, die zullen mij straal voorbij gaan. Een zegen. Voor hen, omdat ze dan niet door mijn genegenheid worden lastig gevallen. Voor mij, omdat ik me dan kan concentreren op mensen die mij wel de moeite waard vinden. Toestanden van roos op een koeienvlaai uit de weg geholpen. Immers, wat voor de een stront is, kan voor een ander voeding betekenen.
 
Wie goed doet, moet uitkijken of je doelwit ervan gediend is.
 
Foto bewerkt door Digi-art Ewald Krijnen
 

Code van geluk

Gisteren, een paar avonden voor mijn eenenvijftigste verjaardag, lag ik in bed en moest weer huilen. Ditmaal van dankbaarheid. Ik herinner me een passage in een van mijn romans (ik weet niet meer welke, maar ik hoop dat een van mijn lezers mij er een tip over kan geven, erg van mij, hè?): ‘Geluk leek haar een geheim genootschap. Iedereen om haar heen kende de toegangscode ervan, behalve zij.’
 
Gisternacht, met vreugdetranen langs mijn slapen en op mijn hoofdkussen, realiseerde ik me dat ik me gepasseerd voelde als ik anderen een meevaller zag krijgen. Niet beseffend dat zij, hun ouders, voorouders, vrienden of kennissen, bekenden of onbekenden, veel goeds in de ether hadden gestuurd, waardoor zij direct of indirect beloond werden. Wie goed doet, goed ontmoet, dit klinkt misschien cliché, maar kosmisch gezien, heeft het een kern van waarheid.
 
Door te geven, zou ik zaadjes om mij heen strooien. Vroeg of laat, oogst ik, of oogsten bekenden of onbekenden van mij het goede dat ik bewerkstelligd heb. Zelfs als dit niet zo zou zijn, ervaar ik tenminste geen gevoel meer van gepasseerd zijn. Trouwens, wie kan mij passeren behalve ikzelf?
 
Nu vlak voor mijn verjaardag heeft Het Leven mij de geheime code van het Genootschap van geluksvogels toegefluisterd. Wat wil ik nog meer? Geven.
 
Foto: Xiaoling Huang