Vriendschap 3

De afgelopen dagen heb ik diep naar mezelf gekeken. Ik wilde niet geloven dat mijn verdriet veroorzaakt was door die vriendin. Als ik het probleem bij haar neerlegde, speelde ik een slachtofferrol. Daar had ik, op mijn leeftijd, geen zin meer in.
 
Die vriendin van mij kon niet overweg met haar familie en had zeer weinig vrienden. Ik had de afgelopen jaren van alles gedaan om haar het gevoel te geven dat ze niet alleen op de wereld was. Doordat ik me om haar ontfermde was het voor haar geen noodzaak meer na te gaan waarom ze niet goed met haar familie om kon gaan en waarom ze zeer weinig vrienden had. Zo bleven haar problemen groeien. Mijn steun wekte bij haar tevens de indruk dat ik haar allesoplosser was, die ik onmogelijk kon zijn. Als ze daardoor teleurgesteld of boos was, voelde ik me ook ellendig.
 
Het punt was alleen: als ik haar zag, moest ik denken aan toen ik net naar Nederland kwam. Ik voelde me destijds ook eenzaam en hulpeloos. Ik wilde mijn vriendin helpen om de zielige Lulu in mijn herinnering te troosten. In feite deed ik het niet voor haar, maar voor mezelf. Niet beseffend dat ik toentertijd mijn eenzaam- en hulploosheid omgezet had in daadkracht. Met levensvreugde als resultaat. Niemand van vlees en bloed, behalve het onzichtbare Leven, kan ons redden, behalve wijzelf. En dit had ik mijn vriendin eerst duidelijk moeten maken voordat ik haar bijstond.
 
Medelijden maakte mij ook ontvankelijk voor schuldgevoel. Als ik iets niet deed wat mijn vriendin van mij verwachtte, haatte ik mezelf. Want ik was toch de sterke en moest mijn vriendin, de sociaal zwakkere, helpen? Ze had, net als ik, twee handen, een stel oren en een neus. Ze liep even snel als ik. Ze had geen reden om zwak te blijven. Het Leven is genadig en geeft ons elke dag nieuwe kansen.
 
Mijn verdriet van eergisteren heeft vandaag zijn liefdevolle voering laten zien: het heeft mij een les geleerd. Ik zal mensen blijven helpen, maar de beste steun die ik hen kan bieden is hun zelfvertrouwen te versterken. Mijn verdriet heeft mij ook wakker geschud: de eenzame en hulpeloze Lulu in mijn herinnering hoeft niet meer getroost te worden, want die bestaat niet meer. De nieuwe Lulu is gelukkig en omringd door lieve vrienden!
 
Foto: Lulu ontmoette haar naamgenootje op de Margriet Winterbeurs in Utrecht.
Fotograaf: Dewi Kang
 
 

Vriendschap, 2

Toen ik jong was, maakte het mij niets uit of iemand het de moeite waard was, als ik hem of haar maar als vriend of vriendin mocht hebben. Ik schrokte lief en leed, plezier en pijn even gretig op, omdat ik bang was alleen op de wereld te zijn. Dat mijn hart keer op keer aan diggelen was geslagen weerhield me niet me steeds opnieuw koste wat kost aan vriendschap vast te klampen.
 
Nu ik ouder ben geworden, kies ik mensen uit voor wie ik mijn hartdeur opendoe. Komt het doordat ik niet meer in een mum van tijd de stukjes van mijn gebroken hart weer aan elkaar kan lijmen? Of is het omdat ik nu scherper kan zien en het kaf van het koren kan scheiden? Maar één ding is zeker: van een veelvraat qua vriendschap ben ik gegroeid tot een fijnproever.
 
Sinds gisteren realiseer ik me dat bevriend zijn geen vrijbrief is om je vriend(in) als spuugbak te gebruiken noch de plicht met zich meebrengt de spuug van je vriend(in) op te vangen. Vroeger wilde ik geen afstand nemen van een pijnlijke vriendschap ook omdat ik de betrokken persoon niet wilde kwetsen. Nu besef ik dat ik hem/haar eigenlijk een dienst bewijs door de vriendschap te beëindigen. Want zonder mij als zijn/haar spuugbak wordt hij/zij gedwongen om eindelijk stil te staan bij zijn/haar frustraties en ze aan te pakken, in plaats van mij aan te pakken.
 
Mezelf geweld aandoen in de hoop een ander een plezier te doen, is een verkeerde opvatting van het Leven. Het Leven is niet zo wreed als ik dacht dat Het was. In tegendeel. Het Leven is Liefde zelve. Het heeft ons geschapen als één, in ons gezamenlijke lief en leed, maar niet in jouw lief en mijn leed of andersom.
 
Foto: Lulu bezocht in nov. 2011 haar eerste huurappartementje in Nederland – in centrum Maastricht.
Fotograaf: P. Nijsten